Slaapadvies
20 verrassende feiten over slaap (met bronnen)

Wat zijn de meest verrassende feiten over slaap?
De opvallendste bevindingen uit slaaponderzoek: in een vreemd bed blijft één hersenhelft alerter, na 17 tot 19 uur wakker zijn presteer je als met een half promille alcohol, cafeïne verstoort je slaap nog zes uur na inname, en zachtjes wiegen laat ook volwassenen sneller inslapen en beter onthouden.
- Elk feit in dit artikel is terug te voeren op een gepubliceerde studie, met naam, tijdschrift en jaartal in de tekst.
- Feiten zonder controleerbare herkomst hebben we bewust weggelaten, ook als ze overal op internet staan.
- Waar het bewijs zwak of betwist is, zoals bij de volle maan, zeggen we dat er expliciet bij.
- Bij elk feit staan de onderzoekers, het tijdschrift en het jaartal in de tekst, en waar het om dieronderzoek gaat wordt dat apart vermeld.
- De volledige bronnenlijst met links staat onder aan dit artikel.
Hoe we deze lijst hebben samengesteld
Slaapfeiten zijn de meest doorgegeven en het slechtst gecontroleerde categorie gezondheidsinformatie die er bestaat. Cijfers over hoeveel spinnen je per jaar inslikt of hoeveel procent van je leven je slapend doorbrengt, worden al decennia overgeschreven zonder dat iemand nog weet waar ze vandaan komen.
Voor dit artikel hebben we daarom één regel gehanteerd: een feit komt er alleen in als we de oorspronkelijke publicatie hebben teruggevonden en gecontroleerd. Geen samenvattingen van samenvattingen, geen getallen die alleen in blogs voorkomen. Dat betekent dat een aantal populaire "wist je dat"-feiten deze lijst niet heeft gehaald, simpelweg omdat er geen bron onder bleek te zitten.
Waar één studie het enige bewijs is, staat dat erbij. Waar het onderzoek is uitgevoerd bij dieren, staat dat er ook bij. En waar latere onderzoekers twijfel hebben geuit, lees je die twijfel gewoon mee. Dat maakt de lijst iets minder spectaculair en een stuk bruikbaarder.

Wat je brein 's nachts doet
1. In een vreemd bed blijft één hersenhelft alerter
Onderzoekers van Brown University combineerden slaaponderzoek met geavanceerde hersenscans en zagen dat de twee hersenhelften tijdens de eerste nacht in een nieuwe omgeving niet even diep slapen. In een specifiek netwerk sliep de ene helft lichter dan de andere, en juist die lichter slapende helft reageerde sterker op onverwachte geluiden en wekte de slaper sneller (Tamaki e.a., Current Biology, 2016). Vanaf de tweede nacht was het verschil verdwenen. De onderzoekers noemen het een nachtwacht: een deel van je brein houdt de wacht in onbekend terrein. Meer hierover in ons artikel over slecht slapen in een vreemd bed.
2. Aan je hersengolven is af te lezen hoe goed je tegen geluid kunt
Sommige mensen slapen door alles heen, anderen worden wakker van een deur. Dat verschil blijkt vooraf voorspelbaar. Onderzoekers maten tijdens een stille nacht hoeveel slaapspoeltjes deelnemers produceerden, korte golfjes van 11 tot 15 hertz die je hersenen zelf opwekken. Wie er meer maakte tijdens de stille nacht, bleek de nacht erna beter bestand tegen geluid (Dang-Vu e.a., Current Biology, 2010). Je geluidsgevoeligheid in bed is dus geen kwestie van wilskracht of wennen, maar deels een eigenschap van je slapende brein.
3. Tijdens de slaap ruimt het brein beter op (in elk geval bij muizen)
Dit is een van de bekendste bevindingen uit het slaaponderzoek van de laatste vijftien jaar, en tegelijk de meest overdreven doorvertelde. Bij slapende en verdoofde muizen bleek de ruimte tussen de hersencellen ongeveer zestig procent groter dan bij wakkere muizen, waardoor er veel meer hersenvocht doorheen kon stromen en afvalstoffen sneller werden afgevoerd (Xie e.a., Science, 2013). Belangrijk detail dat vaak wegvalt: dit is muizenonderzoek. Dat het mechanisme bij mensen precies zo werkt, is aannemelijk maar niet in dit onderzoek aangetoond.
Slaap, geheugen en leren
4. Een nacht slapen verdubbelt de kans dat je een verborgen regel doorziet
Deelnemers kregen een taak die je stap voor stap sneller leert uitvoeren, maar waarin ook een verborgen regel zat waarmee je in één klap veel sneller kon zijn. Na de training volgde acht uur nachtelijke slaap, acht uur wakker zijn in de nacht, of acht uur wakker zijn overdag. Bij hertesten hadden meer dan twee keer zoveel deelnemers de verborgen regel doorzien na de nacht slaap dan na wakker blijven, ongeacht het tijdstip (Wagner e.a., Nature, 2004). "Er een nachtje over slapen" is dus niet alleen een uitdrukking.
5. Zachtjes wiegen werkt ook bij volwassenen
Achttien volwassenen sliepen een hele nacht op een langzaam schommelend bed, met een beweging van een kwart hertz. Vergeleken met een stilstaande nacht vielen ze sneller in de diepere slaapstadia, werden ze minder vaak kort wakker en hadden ze meer diepe slaap. Bovendien onthielden ze woordparen die ze voor het slapen hadden geleerd beter (Perrault e.a., Current Biology, 2019). Dat wiegen bij baby's werkt, wisten we. Dat het bij volwassenen meetbaar hetzelfde doet, is nieuwer.
6. Je diepe slaap neemt af met de jaren, je slaapbehoefte nauwelijks
Een meta-analyse over 65 onderzoeken met in totaal 3.577 gezonde mensen tussen de 5 en 102 jaar bracht in kaart wat er met het ouder worden verandert. Het percentage diepe slaap daalt, mensen liggen langer wakker na het inslapen en de slaapefficiëntie neemt af (Ohayon e.a., Sleep, 2004). Wat opvalt is wat er níet in staat: een aanwijzing dat oudere mensen minder slaap nodig zouden hebben. De internationale slaapduuradviezen komen voor 65-plussers nog altijd uit op ongeveer zeven tot acht uur (Hirshkowitz e.a., Sleep Health, 2015).
Wat te weinig slaap met je doet
7. Na 17 tot 19 uur wakker zijn presteer je als met een half promille
Onderzoekers lieten 39 deelnemers, grotendeels werknemers uit de transportsector, 28 uur wakker blijven en vergeleken hun prestaties met dezelfde mensen na gecontroleerde doses alcohol. Na 17 tot 19 uur zonder slaap waren de prestaties op sommige tests gelijk aan of slechter dan bij een bloedalcoholgehalte van 0,05 procent, oftewel een half promille. Reactietijden waren op sommige taken tot vijftig procent trager. Bij nog langer wakker zijn kwamen de prestaties op het niveau van één promille (Williamson en Feyer, Occupational and Environmental Medicine, 2000). Een eerdere korte publicatie in Nature van Dawson en Reid (1997) kwam tot een vergelijkbare conclusie.
8. Je merkt je eigen slaaptekort steeds slechter
In een experiment sliepen 48 gezonde volwassenen veertien nachten achter elkaar vier, zes of acht uur. De prestaties van de groepen met vier en zes uur bleven elke dag verder achteruitgaan, zonder plateau. Hun gevoel van slaperigheid liet echter na de eerste dagen nauwelijks nog toename zien en maakte geen onderscheid tussen de vier- en de zesuursgroep (Van Dongen e.a., Sleep, 2003). Na twee weken zes uur slaap presteerden mensen als na twee volledig doorwaakte nachten, zonder dat ze het doorhadden. Dit is misschien wel het belangrijkste feit uit de hele lijst.
9. Uitslapen in het weekend repareert niet alles
Deelnemers kregen negen nachten te weinig slaap. Eén groep mocht in het weekend onbeperkt uitslapen en ging daarna terug naar het korte schema. Dat weekend voorkwam de verstoringen in de suikerhuishouding niet, en na terugkeer naar de korte nachten was de insulinegevoeligheid zelfs verder gedaald dan bij de groep die aaneengesloten kort sliep (Depner e.a., Current Biology, 2019). Uitslapen na een zware week helpt tegen het gevoel van vermoeidheid, maar is geen volledige reparatie en werkt averechts als het een wekelijks patroon wordt.
Wat je avond met je nacht doet
10. Cafeïne verstoort je slaap nog zes uur na inname
Deelnemers kregen 400 milligram cafeïne, ruwweg twee tot drie stevige koppen koffie, op het moment van naar bed gaan, drie uur ervoor of zes uur ervoor. Alle drie de tijdstippen verstoorden de slaap meetbaar ten opzichte van placebo, ook de dosis zes uur voor bedtijd (Drake e.a., Journal of Clinical Sleep Medicine, 2013). De onderzoekers concludeerden dat het advies om minstens zes uur voor bedtijd te stoppen met flinke hoeveelheden cafeïne empirisch klopt. Hoe lang cafeïne in je lichaam actief blijft, lees je in cafeïne en de halfwaardetijd.
11. Een e-reader in bed zet je biologische klok achteruit
Deelnemers lazen in de uren voor het slapen op een lichtgevend apparaat of in een papieren boek. Bij het lichtgevende scherm duurde het inslapen langer, was er minder melatonine-aanmaak, kwam de biologische klok later te liggen en waren de deelnemers de volgende ochtend minder alert (Chang e.a., Proceedings of the National Academy of Sciences, 2015). Het effect zit dus niet alleen in het wakker blijven door wat je leest, maar in het licht zelf.
12. Een warme douche werkt beter twee uur voor bed dan vlak ervoor
Een systematische review met meta-analyse verzamelde de onderzoeken naar warm douchen of baden voor het slapen. De conclusie: water van 40 tot 42,5 graden, gepland één tot twee uur voor bedtijd en al bij ongeveer tien minuten, verkortte de tijd tot inslapen significant en verbeterde de ervaren slaapkwaliteit (Haghayegh e.a., Sleep Medicine Reviews, 2019). De verklaring is contra-intuïtief: het warme water stuurt bloed naar je handen en voeten, waardoor je lichaam daarna juist sneller afkoelt. Die daling in kerntemperatuur is het slaapsignaal.
13. Snoozen kost minder slaap dan je denkt
In een laboratoriumonderzoek met volledige slaapmetingen mochten 31 gewoontesnoozers een halfuur snoozen. Dat kostte hun ongeveer zes minuten slaap, maakte hun prestaties op cognitieve tests direct na het opstaan niet slechter, en voorkwam dat ze midden uit diepe slaap werden gewekt (Sundelin e.a., Journal of Sleep Research, 2024). Voor avondmensen en mensen die suf wakker worden, kan een korte snoozeperiode dus zelfs helpen. Dat is iets anders dan een uur lang alarmen wegdrukken.
Vreemde dingen die 's nachts gebeuren
14. Een harde knal bij het inslapen heeft een naam, en is onschuldig
Sommige mensen horen bij het wegzakken een harde knal die er niet was, soms met een lichtflits erbij. Dat heet exploding head syndrome. In de grootste studie tot nu toe werden 3.286 mensen met zulke episodes vergeleken met 2.954 mensen zonder. Ruim 44 procent ervoer flinke angst tijdens een episode, maar veel minder mensen hadden er echte last van in het dagelijks leven (Sharpless e.a., Sleep Medicine, 2020). Ondanks de dramatische naam is het een onschuldig verschijnsel. Lees verder in een knal horen bij het inslapen en over de verwante hypnic jerk.
15. Bijna acht procent maakt ooit slaapverlamming mee
Een systematische review over 35 studies met in totaal 36.533 mensen berekende hoe vaak slaapverlamming voorkomt: 7,6 procent van de algemene bevolking maakte het minstens één keer in het leven mee, tegenover 28,3 procent van de studenten en 31,9 procent van de psychiatrische patiënten (Sharpless en Barber, Sleep Medicine Reviews, 2011). Het is dus zeldzamer dan het gevoel dat iedereen het kent, maar een stuk gewoner dan mensen denken die het overkomt. Meer in ons artikel over slaapverlamming.
16. "Bedtime procrastination" is een Nederlandse vondst
Het uitstellen van naar bed gaan terwijl niets je tegenhoudt, werd als onderzoeksbegrip geïntroduceerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht. Zij definieerden het als het niet naar bed gaan op het geplande tijdstip zonder dat externe omstandigheden dat verhinderen, en lieten in een onderzoek onder 177 mensen zien dat het samenhangt met zwakkere zelfregulatie en met te weinig slaap (Kroese e.a., Frontiers in Psychology, 2014). De populaire term "revenge bedtime procrastination" kwam pas later, maar het onderzoeksbegrip komt uit Utrecht. Zie revenge bedtime procrastination.
17. In korte winterdagen valt slaap vanzelf uiteen in twee blokken
Toen deelnemers werden overgezet van een normale dag met zestien uur licht naar een experimentele dag met slechts tien uur licht, veranderde hun slaap van vorm. De slaapperiode werd langer en viel meestal uiteen in twee ongeveer even lange blokken, met een waakperiode van één tot drie uur ertussen (Wehr, Journal of Sleep Research, 1992). Ook de duur van de nachtelijke melatonine-afgifte rekte mee op. Midden in de nacht een tijdje wakker liggen is dus niet per definitie een stoornis, maar kan een natuurlijk patroon zijn bij lange donkere nachten.
Slaap, je bed en de maan
18. Een middelhard matras deed het beter dan een hard matras
In een gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek onder 313 mensen met chronische aspecifieke lage rugpijn kreeg de ene helft een hard matras en de andere helft een middelhard matras. Na negentig dagen had de middelharde groep betere uitkomsten op pijn in bed, pijn bij het opstaan en dagelijkse beperkingen (Kovacs e.a., The Lancet, 2003). Dit is nog altijd het grootste gerandomiseerde onderzoek naar matrashardheid, en het spreekt het populaire advies "hard is beter voor je rug" direct tegen. Welke maten Nederlanders zelf kiezen, hebben we apart uitgezocht in welke matrasmaat kiest Nederland.
19. De volle maan: één studie vond een effect, en dat bewijs staat wankel
Een Zwitsers team analyseerde achteraf laboratoriumdata en vond rond volle maan dertig procent minder diepe hersenactiviteit tijdens de non-REM-slaap, ongeveer vijf minuten langer inslapen en twintig minuten minder slaap (Cajochen e.a., Current Biology, 2013). Een jaar later verscheen in datzelfde tijdschrift een reactie onder de titel "Lunar cycle effects on sleep and the file drawer problem" (Cordi e.a., 2014), die erop wijst dat onderzoeken zonder maaneffect veel minder vaak worden gepubliceerd. Wij nemen dit feit op mét die kanttekening, want zo hoort het. Onze volledige analyse staat in slecht slapen bij volle maan.
20. Sporten in de avond verpest je slaap meestal niet
Een systematische review met meta-analyse over 23 onderzoeken bij gezonde volwassenen vond dat één sportsessie in de avond de slaap gemiddeld niet verstoorde. Er was zelfs iets meer diepe slaap, en minder van het lichtste slaapstadium (Stutz e.a., Sports Medicine, 2019). De uitzondering die de onderzoekers wel vonden: een hoge lichaamstemperatuur bij het naar bed gaan en een voor jou ongewoon zware inspanning hangen samen met minder efficiënte slaap en meer wakker liggen. Sporten mag dus 's avonds, laat je lichaam daarna alleen afkoelen.
Feiten die vaak verkeerd worden naverteld
Verschillende feiten uit dit artikel duiken online op in een vervormde versie. In de tabel hieronder staat links de veelgehoorde variant en rechts wat er daadwerkelijk is onderzocht.
| Wat je vaak hoort | Wat er echt is onderzocht | Bron |
|---|---|---|
| De helft van je brein blijft wakker in een vreemd bed | Eén hersenhelft slaapt in een specifiek netwerk minder diep en reageert sterker op geluid, alleen de eerste nacht | Tamaki e.a., 2016 |
| Je hersenen spoelen 's nachts afvalstoffen weg | Bij muizen groeit de ruimte tussen hersencellen ongeveer 60 procent tijdens slaap, waardoor afvoer sneller gaat | Xie e.a., 2013 |
| Een nacht doorhalen staat gelijk aan dronken rijden | Na 17 tot 19 uur wakker zijn presteren mensen op sommige tests als bij 0,05 procent bloedalcohol | Williamson en Feyer, 2000 |
| Je kunt je slaaptekort in het weekend inhalen | Een weekend uitslapen voorkwam de metabole verstoringen van kort slapen niet | Depner e.a., 2019 |
| Bij volle maan slaapt iedereen slechter | Eén heranalyse vond een klein effect, latere auteurs wijzen op publicatiebias | Cajochen 2013, Cordi 2014 |
| Snoozen ruïneert je ochtend | Een halfuur snoozen kostte ongeveer 6 minuten slaap en verslechterde de cognitieve tests niet | Sundelin e.a., 2024 |
Mythe: de mens is de enige diersoort die zijn slaap vrijwillig uitstelt, en dat is een modern probleem van deze eeuw.
Feit: dat slaap uitstellen bestaat, is goed onderzocht, maar het is geen recente ontdekking en zeker geen exclusief smartphonefenomeen. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht beschreven het al in 2014 als "bedtime procrastination" en koppelden het aan zelfregulatie, niet aan techniek (Kroese e.a., 2014). Dat sociale media het makkelijker maken, is aannemelijk, maar het onderliggende mechanisme is ouder dan je telefoon.
Veelgemaakte fouten bij het doorvertellen van slaapfeiten
- Een muizenstudie presenteren als mensfeit. Het opruimonderzoek van Xie is bij muizen gedaan. Dat is fascinerend, maar niet hetzelfde als bewezen bij mensen.
- Eén studie als vaststaand feit behandelen. Het maanonderzoek is daarvan het schoolvoorbeeld: één positieve bevinding werd wereldnieuws, de kritiek erop niet.
- Een gemiddelde als norm lezen. Acht uur slaap is het midden van een bereik, geen doel dat je elke nacht moet halen.
- Een cijfer overnemen zonder de voorwaarden. Cafeïne zes uur voor bedtijd verstoorde de slaap bij een dosis van 400 milligram. Bij één kop thee ligt dat anders.
- Vergeten dat proefpersonen gezonde volwassenen zijn. Vrijwel al dit onderzoek is gedaan bij gezonde deelnemers zonder slaapstoornis. Heb je aanhoudende klachten, dan is de huisarts een betere gids dan een feitenlijst.
Wat je hier praktisch mee kunt
De rode draad door deze twintig feiten is dat slaap veel gevoeliger is voor omstandigheden dan voor wilskracht. Je omgeving, je licht, je temperatuur, je bed en je timing sturen je nacht mee, of je dat nu merkt of niet. En dat laatste is precies het probleem: uit het onderzoek van Van Dongen weten we dat je eigen inschatting juist bij tekort het minst betrouwbaar is.
Twee feiten uit deze lijst raken direct aan waar je op ligt. Het eerste is dat een middelhard matras het in het grootste gerandomiseerde onderzoek beter deed dan een hard matras. Het tweede is dat je pas na weken merkt wat een ander matras met je doet, want in dat onderzoek werd het verschil pas na negentig dagen gemeten. Beide wijzen dezelfde kant op: kies niet op gevoel in een winkel, maar test thuis, langdurig.
Dat is ook waarom het Kameo Flex Matras 6 instellingen heeft die je zelf combineert door de twee modules te draaien en te wisselen: je kunt de hardheid thuis bijstellen als blijkt dat je eerste keuze net niet klopt. Je hebt daar 100 nachten voor, en op het matras zit 10 jaar garantie. Wat je bij tweepersoonsmaten wel moet weten: het comfort is dan één geheel en niet per kant instelbaar.
Veelgestelde vragen
Hoe lang kan een mens zonder slaap?
Daar bestaat geen betrouwbaar wetenschappelijk antwoord op, en de recordpogingen die je online vindt zijn geen gecontroleerde experimenten. Wat wel gemeten is: na 17 tot 19 uur wakker zijn presteren mensen op sommige taken al gelijk aan of slechter dan bij een bloedalcoholgehalte van 0,05 procent, en na langer wakker blijven zakt dat richting het niveau van één promille (Williamson en Feyer, 2000). In laboratoriumonderzoek gaan onderzoekers zelden verder dan drie doorwaakte nachten (Van Dongen e.a., 2003). De relevante vraag is dus niet hoe lang het kán, maar hoe snel je functioneren achteruitgaat, en dat gaat sneller dan de meeste mensen denken.
Slaapt de helft van je brein echt door in een vreemd bed?
Niet zo letterlijk als het klinkt. Onderzoekers van Brown University vonden dat tijdens de eerste nacht in een nieuwe omgeving de twee hersenhelften in een specifiek netwerk verschillend diep slapen: de ene helft slaapt lichter en reageert sterker op onverwachte geluiden (Tamaki e.a., Current Biology, 2016). Het gaat dus om een verschil in slaapdiepte binnen een netwerk, niet om een hersenhelft die volledig wakker blijft. Vanaf de tweede nacht was het verschil verdwenen, wat verklaart waarom de eerste nacht op een vreemde plek meestal de slechtste is.
Waarom vergeet je je dromen zo snel?
Hier is geen sluitend antwoord op, en dat is eerlijker dan de verklaringen die je vaak leest. Wat we wel weten is dat je hersenen tijdens de slaap vooral bestaande herinneringen verwerken en herordenen, in plaats van nieuwe indrukken vast te leggen. Of je een droom onthoudt, hangt sterk af van of je toevallig tijdens of vlak na een REM-periode wakker wordt, en van wat je in de eerste minuten daarna doet. Sta je meteen op en richt je je aandacht op iets anders, dan is de droom vrijwel altijd weg. Meer over hoe REM-slaap werkt lees je in ons artikel over REM-slaap.
Slapen Nederlanders langer dan gemiddeld?
Over slaapduur per land bestaan vooral zelfrapportagecijfers, en die zijn te onbetrouwbaar om er harde uitspraken op te baseren. Waar we wel eigen data over hebben, is bedlengte: Nederlanders kiezen relatief vaak voor verlengde matrassen van 210 of 220 centimeter in plaats van de standaard 200 centimeter. Wij hebben onze eigen bestelgegevens daarop geanalyseerd in welke matrasmaat kiest Nederland. Nederlanders slapen dus niet aantoonbaar langer in uren, maar wel vaker in een langer bed.
Bronnen bij dit artikel
- Tamaki e.a. (2016) over het first night effect en de wakende hersenhelft, Current Biology
- Dang-Vu e.a. (2010) over slaapspoeltjes en bestandheid tegen geluid, Current Biology
- Xie e.a. (2013) over afvoer van afvalstoffen uit het brein tijdens slaap (muizenonderzoek), Science
- Wagner e.a. (2004) over slaap en het krijgen van inzicht, Nature
- Perrault e.a. (2019) over wiegen, slaap en geheugen bij volwassenen, Current Biology
- Ohayon e.a. (2004) meta-analyse van slaapparameters over de levensloop, Sleep
- Hirshkowitz e.a. (2015) slaapduuradviezen van de National Sleep Foundation, Sleep Health
- Williamson en Feyer (2000) over slaaptekort versus alcohol, Occupational and Environmental Medicine
- Dawson en Reid (1997) over vermoeidheid, alcohol en prestatieverlies, Nature
- Van Dongen e.a. (2003) over de cumulatieve kosten van slaaptekort, Sleep
- Depner e.a. (2019) over uitslapen in het weekend en de stofwisseling, Current Biology
- Drake e.a. (2013) over cafeine 0, 3 en 6 uur voor bedtijd, Journal of Clinical Sleep Medicine
- Chang e.a. (2015) over lichtgevende e-readers, melatonine en de biologische klok, PNAS
- Haghayegh e.a. (2019) meta-analyse over warm douchen voor het slapen, Sleep Medicine Reviews
- Sundelin e.a. (2024) over snoozen, slaapinertie en cognitie, Journal of Sleep Research
- Sharpless e.a. (2020) over exploding head syndrome in een grote internationale steekproef, Sleep Medicine
- Sharpless en Barber (2011) systematische review naar de prevalentie van slaapverlamming, Sleep Medicine Reviews
- Kroese e.a. (2014, Universiteit Utrecht) over bedtime procrastination, Frontiers in Psychology
- Wehr (1992) over biphasische slaap bij korte daglengte, Journal of Sleep Research
- Kovacs e.a. (2003) over matrashardheid bij chronische lage rugpijn, The Lancet
- Cajochen e.a. (2013) over de maancyclus en menselijke slaap, Current Biology
- Cordi e.a. (2014) over maaneffecten en het file drawer probleem, Current Biology
- Stutz e.a. (2019) meta-analyse over avondsport en slaap, Sports Medicine