
Kameo lag al in bed toen hij iets groots op de muur zag. Het had twee lange punten bovenaan. Daaronder zat een rond lijf.
‘Hé,’ zei Kameo heel zacht. De vorm bewoog niet. Kameo bewoog ook niet.
Hij kende de schilderijen aan de muur en de plant naast de kast. Deze vorm kende hij niet. Hij trok de deken een stukje hoger. Toen keek hij nog eens goed. Op de muur was alleen een schaduw. Geen ogen, geen neus en geen voeten.
‘Waar kom jij vandaan?’ vroeg hij. Een schaduw kon natuurlijk niet antwoorden. Dus besloot Kameo zelf op onderzoek te gaan. Hij liet één voet uit bed zakken. Daarna de andere. De schaduw bleef precies waar hij was.

Kameo volgde met zijn blik de rand van de donkere vorm. Die liep naar een stoel midden in de kamer. Over de rugleuning hing zijn sjaal. De uiteinden staken omhoog, omdat ze over de twee hoeken van de stoel waren gevallen. Achter de stoel stond de lamp.
‘Zou dat het zijn?’ zei Kameo.
Hij ging tussen de stoel en de muur staan. Meteen verscheen er naast de twee punten nog een ronde kop: zijn eigen schaduw. Kameo deed één arm omhoog. De ronde kop kreeg een lange arm. Hij deed zijn arm weer omlaag. Op de muur gebeurde hetzelfde.
Nu wist hij dat de lamp de vormen maakte. Maar waren de twee punten echt van de sjaal? Hij moest het nog even proberen.

Kameo pakte één uiteinde van de sjaal en trok er zachtjes aan. Op de muur werd één punt korter. Hij trok aan de andere kant. De tweede punt zakte ook omlaag.
‘Dus jij was het,’ zei hij tegen de sjaal.
Hij legde de stof even anders over de stoel. Nu leek de schaduw op een konijn met grote oren. Kameo hield zijn handen naast zijn eigen hoofd. Er stond ineens een tweede konijn op de muur. Hij moest lachen, maar niet zo hard dat zijn buurvrouw de uil wakker werd.
Nog één keer legde hij de sjaal netjes terug. De grote punten verdwenen. Op de muur bleef een kleine, gewone stoel over.

Kameo stapte weer in bed. Hij kon de stoel nog zien. De lamp scheen ertegenaan, de sjaal hing eroverheen en daarachter viel de schaduw op de muur. Het was allemaal op dezelfde plek gebleven. Alleen wist hij nu wat hij zag.
‘Welterusten, stoel,’ fluisterde hij. ‘En welterusten, heel klein konijn dat eigenlijk een sjaal is.’
Een vleugje wind bewoog het gordijn. De schaduw van de stoel wiebelde een beetje. Kameo wiebelde met twee vingers terug. Daarna trok hij de deken recht en liet zijn armen eronder verdwijnen.
Op de muur zat nog steeds een schaduw. Kameo glimlachte ernaar. Hij had zelf gezien hoe die gemaakt werd. Dat was een fijne gedachte om mee in bed te liggen.
Nog een verhaaltje?
Kies samen een ander verhaal om voor te lezen of naar te luisteren.
Volgend verhaal: Kameo en de slingers voor morgen