
De wind had de hele middag met de bladeren gespeeld. Hij blies ze over het pad, onder de struiken en soms zelfs over Kameo's hoofd. Toen Kameo naar huis liep, hoorde hij een klein stemmetje tussen de wortels van een oude boom.
‘Mijn deur is weg,’ zei Mila het egeltje. Ze wees naar de ingang van haar holletje. Daar hing normaal een groot, koperbruin blad. Nu was er alleen een donker gat.
‘Misschien heeft de wind hem maar een stukje meegenomen,’ zei Kameo. Hij keek links. Hij keek rechts. Mila keek omhoog. Overal dansten bladeren. Maar haar eigen blad had een klein scheurtje, precies in de vorm van een ster. Dat zouden ze herkennen.

Ze vonden eerst een geel blad. ‘Dat is te klein,’ zei Mila. Daarna vonden ze een rood blad met drie gaatjes. ‘Dat is te nat,’ zei Kameo. Het plakte meteen aan zijn voet. Mila moest lachen.
Bij de varen bleef Kameo staan. Boven zijn hoofd bewoog iets koperbruins heen en weer. Daar was het blad! Het stervormige scheurtje zat nog precies op zijn plek. Alleen hing het vast tussen twee lage takken.
Kameo sprong. Zijn vingers misten het blad op een haartje na. Mila ging op haar tenen staan. Ook zij kon er niet bij. ‘Dan hebben we iets langs nodig,’ zei Kameo. Hij keek om zich heen, niet naar boven maar naar de grond.

Tussen de wortels lag een gevallen tak. Aan het uiteinde zat een klein zijtakje, als een haakje. Kameo hield hem met twee handen vast en schoof het haakje voorzichtig achter het blad.
‘Nog een beetje,’ fluisterde Mila. ‘En nu naar beneden.’
Het blad kwam los. Het draaide een rondje in de lucht en landde precies op Kameo's hoofd. Even zag hij niets meer. Mila proestte het uit. Kameo tilde het blad op. Het scheurtje was er nog, maar verder was het heel.
Samen droegen ze het terug naar het holletje. De wind probeerde het nog één keer mee te nemen. Mila hield de ene kant vast en Kameo de andere.

Bij de ingang legden ze het blad over de opening. Twee gladde steentjes hielden de onderrand op zijn plek. Mila kroop naar binnen en stak haar neus weer naar buiten.
‘Werkt het?’ vroeg Kameo.
‘Bijna.’ Mila schoof één steentje iets opzij. Nu kon de deur een klein stukje open en dicht. ‘Kijk. Een echte deur.’
Buiten ritselde de wind nog door de bomen. Binnen lag Mila droog en warm tussen haar blaadjes. Kameo ging even naast het holletje zitten, tot het koperbruine blad heel zacht tegen de wortels tikte. Tik. En nog eens tik.
‘Welterusten, Mila,’ fluisterde hij.
Achter de bladdeur klonk een slaperig: ‘Welterusten, Kameo.’
Nog een verhaaltje?
Kies samen een ander verhaal om voor te lezen of naar te luisteren.
Volgend verhaal: Kameo en het kuikentje in de mand